augustus 18th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
,,Nee, we leven niet meer in iglo’s, maar we eten wel walvis en zeehond en in wintertijd kleden we ons met hun huiden,” begon Mette Lausten, bibliothecaris van Groenland, haar uiteenzetting. Een bibliotheekbeleid voor dik 50.000 potentiële lezers – meer inwoners telt Groenland niet – in een land met een bijna uitsluitend mondelinge traditie. ,,We are a storytelling nation,” bekent Mette. Het was Denemarken die zijn kolonie bibliotheken aanpraatte, want zeg nu zelf: wat is cultuur zonder boeken…? Een gemakkelijke klus was het niet. De multiculturaliteit drong zich al meteen op: de culturele tegenstellingen tussen Denemarken en Groenland zijn immers groot. ,,Onze eerste opdracht als we wilden slagen was: elkaar verstaan. En dat was niet eenvoudig. Groenlanders zijn spontaan, open en chaotisch. Denen zijn afstandelijk en systematisch,” vertelt Mette, ,,maar sinds dat luidop kan worden gezegd, kunnen we ook samenwerken.” Denemarken voerde bibliothecarissen in, want Groenlanders waren er niet voor opgeleid – hoe zouden ze. Mette was de allereerste. Het grote land met het kleine aantal inwoners heeft bibliotheken en beheert ze voortaan zelf. Een overzichtelijke klus: de voorbije twee jaar publiceerden de twee Groenlandse uitgeverijen - afgerond naar boven – vijftig titels. Vier ervan prentenboeken, een jeugdboek verscheen er recent niet. Zo gaat dat met een kleine taalgroep. De collectie is bijgevolg vooral Deens en moet er dringend Groenlandser uit gaan zien, vinden de Denen. De volwassenenbibliotheek focust op drie thema’s: oral tradition, ghost tradition en life before christianity. Hoofdlijnen die een volksaard bepalen. Een volk dat voortaan ook gaat lezen, ondanks de culturele kloof tussen Denen en Groenlanders. Of dankzij het dichten ervan. Belangrijk: verschillen benoemen en eigenheid (h)erkennen. Zo wordt multiculturaliteit een fluitje van een cent. Althans: bij de eskimo’s.
augustus 16th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Kopenhagen is een warme en gastvrije stad. Gastvrij, maar duidelijk. Een drievaksbaan moet de voetganger oversteken in 30 seconden. Het licht springt op groen en het aftellen begint. Auto’s krijgen op hun beurt 78 seconden de tijd om door te rijden. En dan is het weer aan de voetganger. Of de fietser. Want het fietsverkeer is indrukwekkend in Kopenhagen. Ik kan het weten, want ik ben er, ingeschreven voor de Ifla-conferentie over ,,Libraries in a multicultural society. Possibilities for the future.” De ijsbrekersdag hebben we gehad. Een kort stadsbezoek, een rondleiding in de Royal Library. Nog geen andere bib gezien waar één oogopslag voldoende is om een hele historiek te verhalen. Breed glimlachend opent de verantwoordelijke de deur van het heiligdom waarvan men tot pakweg twintig jaar geleden nog dacht dat het de Deense boeken van de toekomst kon blijven torsen. Niet dus, bijlange niet. Daarom opende Kopenhagen in 2007 met terechte trots de nieuwe aanbouw. Niet voor niets ,,de zwarte diamant” geheten. Deense designarchitectuur, weerspiegeld in het historische binnenwater, naadloos verbonden met de glorie van weleer die helemaal overeind mocht blijven. De geur van oude boeken en beduimelde ruimtes in het vroeger, de verlokkingen van gastronomie en cultuur, een boekenshop, tentoonstellingsruimtes en een concertruimte in het vandaag. Ja, het geeft wel eens vonken, zegt de verantwoordelijke, maar de geschiedenis hou je niet tegen, zich opdringende evidenties evenmin. Geeft een conferentie in de diamant wel eens geluidsoverlast in het boekenkwartier, de return is niet min: de bib krijgt mensen binnen, die van de mooie accomodatie en het randaanbod genieten, terwijl ze amper (of geen) benul hebben dat ze eigenlijk in de bibliotheek vertoeven. Raar? Maar waar. Winst, zegt de verantwoordelijke, want ook zij hebben recht op hun stukje bib, ook als dat niet in ontleningen te vatten is. Aan het concept twijfelt niemand meer, dat is juist. De rest van het verhaal ging over de bewaring van waardevolle manuscripten en de toegankelijkheid van de catalogi. Beetje vreemd als introductie op een congres over multiculturaliteit. Dat thema kwam ’s avonds aan de orde, tijdens de leuke en informele openingsreceptie. Het gaat goed, zei de bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek van Melbourne, kijk maar rond: de voorbije dagen staken tweehonderd deelnemers van 123 verschillende nationaliteiten de koppen bijeen over de toekomst van de bib. Als dat niet veelbelovend is. In de metastructuren is multiculturaliteit verworven. Nu nog in de bib. Hoe je dat doet? Daar gaat het morgen over. We houden u, lezer, op de hoogte.
juli 23rd, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Het stond in De Standaard de voorbije dagen: sommige (gedrukte) media slagen er moeiteloos in om mensen te binden, generatiekloven te dichten, communities te stichten… over alle grenzen en beperkingen heen. Voorbeeld? De Libelle. Ik ben zelf niet echt een kook-restyle-hippe-wow-geföhnde-gestylde-smilingmidlife-mama, maar met een opgroeiende dochter zijn er plots Flair en Libelle in huis. Gisteren nog maakte ik de gevulde courgetten uit de Libelle van vorige week. Lekker, echt. Dochter triomfantelijk: zie je wel, mama! En ja: ze heeft me al wel eens betrapt dat ik – zonder haar opdracht – in het blaadje zat te kijken. Het vlees is zwak .
Bon. Sommige media dus kunnen gemeenschappen vormen op basis van herkenning en vergelijkbaarheid, alle conflicten en tegenstellingen ten spijt. Ik ken nog een middel: ijs. Echt waar: ijskreem. Vorige week een uitstap gemaakt met oma en kleinkind, dochter en schoonzoon. En afgerond in een ijshuis. Een coupe advokaat maal twee. Een flashy mokka met nootjes. Een coupe van het huis. Het was zaterdagavond en de tent zat vol. Een genot was het om daar rond te kijken. De punk met het schuchtere vriendinnetje. De twee tienermeisjes met de boardercollie. Een ietwat onwennig koppel van middelbare (mijn? nee, ouder) leeftijd. Een donkere vreemde taal sprekende jongeman met een vrolijke handen-en-voeten-taal antwoordende jonge meid. Vier getatoëeerde bonken die het wereldkampieonschap voetbal nog niet hadden verteerd. En allemaal aten ze… ijs. In een wat saai interieur: niet echt trendy, niet echt bruin, vooral efficiënt, neutraal muziekje… je kent de huizen wel. Bruggenbouwers zijn het, allemaal samen rond een icoon van de hete zomer: ijs. En we lepelen in welbehagen de coupe leeg, over alle verschillen heen. Leuke hond. Mooie kleinkinderen. Long time no see, how are you. Gemeenschapsvorming in de zomer? Tutti gelatti!
mei 13th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Ik heb een dochter van 13. Ze is gefascineerd door andere mensen, door andere landen, door andere manieren van leven en zijn. En ze heeft geen enkele schroom om contacten te leggen. Virtuele en reële. De overstap naar de ,,grote school’’ verliep niet echt makkelijk, maar Fien had een bijkomende motivatie: een Indonesisch klasgenootje. Ze is in alles haar tegenpool: introvert, stil, verlegen. En toch hadden ze van dag één elkaar in het vizier. Ik hoorde fantastische verhalen over de schuchtere toenadering van twee heel verschillende meisjes. Fier op mijn dochter ben ik, en ook op Joan, die intussen stilaan zichzelf durft te tonen. Mooi is dat.
De meisjes delen weinig woorden, en de meeste daarvan komen van Fien. Er is tussen die twee een vanzelfsprekendheid gegroeid die voor Joan de stap naar de rest van de klas heeft geëffend. Twee jaar al is ze in ons land en hoewel ze meer dan behoorlijk Nederlands spreekt, raakt ze niet echt verankerd. Ik denk dat ze dat ook niet wil. Met al haar vezels zit ze vast aan het mooie warme land, de vriendinnen daar, haar toekomstdromen ginder. En zoals Fien haar nabije vriendinnen deelt met Joan, deelt Joan haar verre vriendinnen met Fien. Het medium heet facebook, en alweer zit hier een fiere mama. Indonesisch is geen vanzelfsprekende taal, maar Engels is dat wel. Omdat mama die taal nogal beheerst, is ze toegelaten als go-between in de communicatie tussen deze kant en gene. Dus vernam ik: dat Fien met haar klasvriendinnen een origineel verjaardagskadootje wou verzinnen en daarvoor contact zocht met Joans vriendinnen. Ginder ver zou een videootje met verjaardagswensen worden opgenomen en via het web naar hier gestuurd waarna de vriendinnen hier er een leuk kadootje van zouden maken: doosje ontwerpen, eigen verjaardagswensen verzinnen, leuk verpakken… Met een toch wat bang hart heb ik dat jeugdig en naïef enthousiasme naar het Engels vertaald. Aarzelend omdat de verwachtingen zo hoog gespannen waren, de meisjes zo goede bedoelingen hadden en de lijn tussen hier en ginder eigenlijk slechts virtueel is. Maar ik heb ongelijk.
Ik vertaalde net voor Fien de bevestiging dat het filmpje gemaakt is, en eerstdaags – na afwerking – wordt gepost. Ik voel dat het waar is, dat het lukt. Dat meisjes van 13 een brug kunnen slaan tussen werelden. Ik wou dat ik weer 13 kon zijn.
PS: Ken je Joan of ken je Fien: hou dit dan stil. De verjaardag is maar over een paar weken. Tot dan is strikte geheimhouding geboden.
april 15th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Binnenkort gaat Jan Renders met pensioen. Acht jaar lang was hij als acw-voorzitter een ideologisch zwaargewicht. Die Jan Renders heeft een boek geschreven, recent de aanleiding voor een aantal uitgebreide interviews in de media. Zo ook in De Wereld Morgen, het jonge media-initiatief van het brede middenveld.
Wat ik onthield was zijn genuanceerde reflectie over de coöperatieve gedachte. In een tijd van overgedifferentieerd marktaanbod klinkt die woordencombinatie nostalgisch, melancholisch, en misschien ruikt ze wel wat sterk naar vervlogen tijden. Of lijkt dat alleen maar zo? Persoonlijk ben ik tot het laatste geneigd. De geschiedenis heeft haar rechten: die goede ouwe coöperatieven waren instrumenten van de arbeidersstrijd. Ze konden er hun deugdelijkheid en kracht bewijzen. De dynamiek van de tijd zet structuren en instrumenten onder druk, dat is zo, maar de principes die eraan ten grondslag liggen raken hoogstens ondergesneeuwd.
Redt en helpt Uzelven en Elk Ander. Een slagzin van een Aalsterse coöperatieve van weleer. Alleen het Redt Uzelven overleefde de slopershamer op een historische gevel langs de Denderkade. Typisch? Zou kunnen. De individualisering heeft intussen de sociale samenhang geen deugd gedaan. Gemeenschapsvorming werd een beleidsopdracht, niet direct een gemakkelijke of eenduidige. En daar verschijnt de coöperatieve van onder het sneeuwtapijt. ,,Wat doe je als de overheid het niet meer aankan? Schuif dan het coöperatief model naar voor,’’ suggereert Jan Renders. G edeeld (particulier) initiatief als solide organisatiestructuur.
De Carrefour van de Groene Vallei in Gent: de stemmen om de supermarkt desnoods met een nog op te richten werkkracht in franchise te houden. Of de Zaal Ons Huis in Baardegem: al meer dan 75 jaar een alternatief en pluralistisch verenigings- en cultuurcentrum. Of De Wereld Morgen zelf: een antwoord op te vermarkte media. Nieuwe vormen van coöperatie in aantocht?
Alleszins voldoende duidelijke signalen die het eenzame Redt Uzelven behoorlijk relativeren . Betrokkenheid en solidariteit maken verschil, nog altijd.
Het boek van Jan Renders heet trouwens ,,Macht of kracht?’’. Dat blijft de uitdaging. Wanneer wordt het ene ondergeschikt aan het andere…of hoe behoed je waardevolle historische praktijken van oude historische valkuilen?
april 13th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Ruth Soenen is volop voor ons, voor LOCUS en de Vlaamse lokale cultuursector, aan de slag. Zij ondervraagt professionals, observeert praktijken en legt verbanden die de weg plaveien naar kleine, betekenisvolle ontmoetingen die zich mogelijk in onze lokale cultuurhuizen voltrekken. Zij zoekt naar tips die deze eenvoudige vorm van gemeenschapsvorming kansen bieden en aanmoedigen.
En dat is een verhaal van verschillende snelheden. Enerzijds gaat het om wetenschappelijk onderzoek. De degelijkheid daarvan moet ten allen tijde bewaakt blijven, overigens: observeren is traag en verwerkend kijken. Anderzijds willen deze kinderen van hun tijd graag snel resultaat en zichtbaarheid. En in dat alles waarderen we ten zeerste de betrokkenheid uit het veld, want de sector zelf is onze enige legitieme kwaliteitscontrole én -garantie.
Een reis op meerdere sporen, tegen verschillende snelheden, met gevarieerde vehikels, dat is de aanpak.
Ruth Soenen nodigt uit om met haar in gesprek te gaan. Geen voorbereidingen van deelnemers vereist, de valies met eigen ervaringen uit de dagelijkse praktijk is veel voller geladen dan je zelf vermoedt. De verschillende inhouden behoeden ons voor te snelle confectie: een maatpak willen we, waarvan de kwaliteit op grote lijnen vastligt, maar waar de details het verschil maken. Niet te strak, wel stretchy en comfortabel en suitabele voor meerdere gelegenheden. Om dat helemaal in orde te krijgen gaat Ruth Soenen ook op een aantal plekken kijken. Zij heeft daarbij oog voor de lokale context, voor de gemeenschapsactiviteiten die er worden opgezet , voor de mogelijkheden maar evengoed voor de beperkingen ervan. Daar is tijd voor nodig. Een snelle babbel, een trage verkenning. Uitermate belangrijk, want het perspectief moet kloppen. Gegevens verzamelen en analyseren vraagt tijd, zeker met het oog op de finale doelstelling: een creatieve kruisbestuiving tot stand brengen tussen de realiteit van de culturele sector en ,,het kleine ontmoeten’’.
Een aantal ontmoetingen en gesprekken liggen al achter ons. Het onderzoek werd gepresenteerd tijdens de decembertoer in Hasselt. Intussen hadden stevige babbels plaats met cultuurwerkers, bibliothecarissen en cultuurbeleidscoördinatoren uit onder meer Bree, Brasschaat, Evergem, Overijse, Turnhout, Halle, Vorst, Heist-op-den-Berg… , ging Ruth Soenen al op een aantal plekken langs en kwamen er al meer uitnodigingen voor een bezoek dan ze effectief – binnen het opzet van dit project – waar kan maken. Het trage spoor verwerkt, het snelle spoor nodigt je uit voor tussenwerpsels: strooi je eigen tips over het onderzoekswerk heen. Hoe? Gewoon: mail een nuttige, prettige, opvallende, gewone, banale, spectaculaire… praktijkervaring of een simpele, vanzelfsprekende, bijna onopvallende… tip met betrekking tot gemeenschapsvorming naar gemeenschapsvorming@locusnet.be of plaats een reactie op deze blog.
Traag-traag-snel is het ritme dat kort-kort-lang uitdaagt. Waarbij kort staat voor de korte ontmoeting, die een korte connectie legt, maar tegelijk vrijblijvend het pad kan effenen naar een langer contact. Zo plaveit het kleine ontmoeten het pad naar meer gemeenschap.
maart 9th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
De Groene Vallei in Gent: ik ken ze. Het is vlakbij de Brugse Poort, dat oord dat in de media niet anders dan met verderf, verloedering en drugs wordt geassocieerd. Zelfs de kunsten durven zich daaraan bezondigen. Sommige toch. Niettemin kom ik er niet daarom, wel voor het tegendeel. Het is een buurt die mij aan authentieke gemeenschap herinnert. Klinkt dat melig? Jammer, want ik meen het. Ik zie ook wel, die keren dat ik er – toegegeven – de toerist uithang, dat de huisjes klein zijn. Dat velen moeite hebben om ze netjes te houden. Dat meer bewoners ouder zijn en een donkere huidskleur hebben – nee, niet van de zonnebank, van nature. Drank en drugsgebruik, het zal wel. Zo’n buurten hebben me altijd meer aangetrokken dan afgestoten, laat ons zeggen minstens nieuwsgierig gemaakt. En die nieuwsgierigheid levert in die buurt flink wat mooie verhalen op. Over een mega hondenmand die als kakbak wordt gebruikt (door de dieren, jawel), over een onconventionele bibliothecaris die de buren als zichzelf aandurft (den Davy, you know him!) of over Hilde die roerend in de spaghettisauspot snel even het raam doorwipt om een regiefout bij te sturen (lekkere pasta in Trafiek!). Vieze Gasten, daar in dat stukje Gent! Zo verontwaardigd als ik enkele weken geleden door een fotoboek over de buurt bladerde, zo welgezind werd ik vanmorgen van een artikel in de krant (eindelijk nog eens een echt bericht in De Morgen): die vuile buurt tracht zijn carrefour te redden. Met onderhandelen en bemiddelen als het kan, met eigen mensen en middelen als het moet. Een paar maanden geleden Berlijn bezocht, en daar kennisgemaakt met het studiewerk van ene Frau Volke. Zij spoort gelijkaardige ,,burgerengagementen” op in voormalig Oost-Duitsland. Haar devies: geen grotere kracht om negatieve spiralen te keren dan de spontane aanpak des volks. Wende! Ik ben trots op die vuile buurt van Gent. Beste Bart (of Yves of Klaus, wie is er tegenwoordig eigenlijk de baas van De Morgen?), dit had op de één gemogen.
Christoph Linke & Kristina Volke (Hg), Zukunft erfinden. Kreative Projekte in Ostdeutschland, Berlin, 2009
Die beste Geschichten sind lokal, verslag van de Berlijnreis van LOCUS
februari 26th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
De carnavalsdagen doorgebracht in Amsterdam, ver weg van confettiminnende medemensen. Bij de noorderburen vooral kou gevonden en…. stilte. Ja toch. In het Anne Frankhuis bijvoorbeeld. Met honderden rijtje schuiven – gezien de temperatuur letterlijk te nemen – om quasi niets te zien. Wél te beleven: de veel te kleine ruimtes waarin te veel mensen te lang hoopten te kunnen ontkomen. Hoe betekenisvol lege ruimte kan zijn, kon je horen aan… de stilte. Een internationale processie die eer bracht aan lege wanden, in stilzwijgen. Emotioneel? Ja ook, maar vooral: verbindend. Een onnoembare band die beter ook niet genoemd wordt. Elk woord doorbreekt hem. Stilte is betekenisvol omdat ze is, verliest betekenis als ze wordt doorbroken.
Je bent de stilte voorbij aan de museumbar, al klinkt zelfs daar alles gedempt, of is dat de nasleep? Ik probeer na te denken over de magie van het voorbije anderhalf uur – want zo lang duurt het kijken naar niks. Het is tijd denk ik. Stilte doet de tijd stilstaan. Na de sterke koffie lopen we met zijn allen de vrieskou weer in en lees ik op een megagrote reclamedisplay een oproep tot onthaasten van de Nederlandse overheid. Stil de tijd staat er. Zei ik het niet?
januari 28th, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Het is makkelijker om aan gemeenschapsvorming te doen in de bib. Ontmoeten ligt er voor de hand. Het hoeft er niet projectmatig. Het mag spontaan, en de bib stimuleert dat, door te zijn wat ze is. Dat is – samengevat – de visie van Bree.
Dagelijks verzamelen mensen er rond de grote leestafel. Ze komen alleen, of hebben afgesproken om samen de krant te bekijken. Ze discussiëren over wat ze lezen, wijken soms ver van de onderwerpen af. Anderen kiezen boeken, verkiezen de stilte.
,,In die grote open ruimte zijn wij met de mensen bezig,” vertelt bibliothecaris Anne-Marie Arras. ,,We beantwoorden hun vragen, gaan mee in gesprek. Dan valt alle techniciteit weg. Als we open zijn, staan we tussen het publiek. De administratie en de bibliotheektechnische opdrachten nemen we op als de bib dicht is.”
,,Gemeenschapsvorming is geen moeilijke opdracht: het zit in onze werking, en we nemen daar de tijd voor. Het is de luxe van de zelfscan. Sinds we daar mee aan de slag zijn, hebben we grondig kunnen herdenken. De bib is niet langer alleen een plek van materialen en klanten, de medewerkers zijn zichtbaarder geworden. En dat verandert veel. Er is een directe service op mensenmaat. Bezoekers voelen zich thuis, de bib is hun plek geworden. In cultuurcentra ligt dat -denk ik – anders, daar kom je meer op bezoek. Hier mag je ook blijven. Het heeft wel consequenties. Mensen zijn ,,meer eigen” geworden, ze gaan in discussie, durven zeggen wat je moet doen.”
Vertrouwdheid doet de grenzen van de service wel eens verleggen. Zoals die keer dat iemand tijdens het wachten bij de slager aan de bibliothecaris vroeg of die er even kon voor zorgen zijn boeken te verlengen. Dat komt ervan, als onzichtbare bibliotheekmedewerkers mensen van vlees en bloed worden…
januari 21st, 2010 / Author: Hilde De Brandt
Stel: je zet een schitterend buurtproject op. Je betrekt er het wijdste gamma aan potentiële partners bij, je kiest voor de meest diverse doelgroep, je houdt de drempel ongelooflijk laag. En na de moeilijke start en de kinderziekten weet je het zeker: dit werkt. Je merkt het aan het enthousiasme van deelnemers, aan de goedkeurende blikken van de buren, aan het debat dat met de partners wordt gevoerd. En dan komt de onvermijdelijke vraag naar de meetbaarheid en de effecten. Je kan het aantal deelnemers oplijsten, je kan de materialen tellen, de liters koffie die zijn rondgedeeld, de uren die mensen samen hebben doorgebracht. Maar wat het met die mensen heeft gedaan: hoe tel je dat? Kàn je dat überhaupt tellen, en is de vraag om het te doen een gerechtvaardigde vraag? De vraag is terecht, maar het antwoord quasi onmogelijk. Blijkt nog eens hieruit.
Recent had ik het prettig genoegen kennis te maken met het Buurtwerk in Deurne Noord. Een gastvrij huis met een drukke va-et-vien en een hoog no-nonsense gehalte. Het gesprek komt onder meer op die fameuze (on)meetbaarheid van de dingen. Meer dan twee jaar geleden droeg Samenlevingsopbouw haar Pottentuin over aan een nieuwe sturende partner, het ocmw. Daardoor kwam het goedlopende project onderdak en kreeg het Buurtwerk handen vrij voor nieuwe dingen. De (letterlijke) oogst van de tuin is het jaarlijkse bewijs van de er geleverde arbeid, maar wat zeggen tomaten en komkommers over de uiteindelijke doelstelling: het bevorderen van sociale relaties tussen een verscheidenheid aan buurtbewoners?
Tomaten en komkommers spreken niet, maar hun behoeders wel. Zo hoorde Joke heel recent het verhaal van een alleenstaande moeder wiens dochter jarenlang mama’s slaapkamer deelde wegens gebrek aan mankracht om het bed te verhuizen. Eén uur van één bevriende teler later was het euvel opgelost. Of deze: tijdens de recente asielregularisatie was ze er getuige van dat iemand zich spontaan aanbood om de brief wel even in correct Nederlands te herschrijven: want jij was toch die madam van de pottentuin toch?
Tomaten en komkommers kunnen grenzen verleggen, maar hun geteelde aantallen zeggen daar niks over. Helaas. Die onmeetbaarheid der dingen.
De Pottentuin ontstond uit een creatief gesprek tussen Samenlevingsopbouw en Cultuurcentrum Deurne en vond diverse partners in de omgeving, met o.m. het ocmw-dienstencentrum, een lokale kleuterschool en een kinderkribbe. Meer over De Pottentuin: http://www.riso-antwerpen.be/uploads/documenten/pottentuin.pdf
|
|